Peneleh - oude Hollandse begraafplaats in Surabaya
 
 
 
 
     
 
   
 


Wat bezielt iemand om een vakantiedag Surabaya in te plannen en dan een uitstapje naar Peneleh te maken? Peneleh heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht, althans op mij. Is het omdat je jezelf hier 150 jaar terug in de tijd kunt wanen? Die namen, die indrukken, die verre vervlogen tijden waarin talloze personen die hier liggen een rol hebben gespeeld? Als je het boek ' Soerabaia'  van Faber leest, met al die namen uit de periode 1800-1920, en je komt diezelfde namen en personen hier weer op de diverse stenen tegen, ja, dan kriebelt er toch wel iets. Hier kun je tempo doeloe, het échte tempo doeloe uit de tijd van het cultuurstelsel, de BONI-oorlogen, de Atjeh-oorlog, de Max Havelaar, nog vòòr Van Heutsz carriére moest maken, nog fysiek aanraken. Dat is heel bijzonder.
Het is schrikken, om na ruim 10 jaar weer deze uit 1844 stammende begraafplaats te betreden en te zien dat Peneleh verworden is tot een slagveld, een vuilnisbelt, een puinzooi.

Wat een treurigheid. Nooit heb ik op een oude begraafplaats zóveel vernieling aangetroffen als op Peneleh in Surabaya.
Peneleh was
ooit een magnifieke en voorname begraafplaats, met majestueuze monumenten uit vooral midden en late 19e eeuw. Waaronder zelfs Nederlands ooit hoogste dienaar in de oost, Gouverneur-Generaal Merkus. Alle gebiedsdelen beoosten Kaap de Goede Hoop waren onderworpen aan zijn gezag, volgens zijn grafsteen. Hij ligt hier sinds 1844. Toegegeven, hij was niet de grootste en bekendste. Maar toch: dit is heel bijzonder.

Je vindt er MWO-ers , vrijmetselaars, residenten en assistent-residenten, militairen, ambtenaren, hoge geestelijken, en natuurlijk ook nog ‘gewone’ mensen. Het is ervan vergeven. Rustplaats voor minstens tienduizend Nederlanders en enkele buitenlanders die in koloniaal Soerabaia verzeild waren geraakt. Prachtige teksten uit andere tijden. Onpeilbaar verdriet.  Talloze jonge kindergraven met hartverscheurende kreten van de achtergeblevenen.

Maar nu? De meeste graven zijn vernield, geschonden, besmeurd. Geen toezicht. Peneleh is aan de goden overgeleverd. Erger: aan het tuig van de straat. Het lijkt een oorlogsgebied zonder regels, een vuilnisbelt, een marktplaats, een no-go zone, een dierentuin ja… wat eigenlijk niet?
 




 

 



 

Op 13 augustus 2009 bracht ik na vele jaren weer een bezoek aan “Makam Belanda Peneleh” zoals Peneleh tegenwoordig wordt genoemd. Een onbeschrijflijk triest gezicht ontvouwt zich:   de schaamteloze vernieling en gebrek aan enig respect voor welke dode dan ook. Wat treft men er op een door-de-weekse dag zoal aan?
Zwervers, kaartleggers, families, slapers, drinkers, eters, spelende kinderen, krabbers, onduidelijke types, kippen, geiten, konijnen, je gelooft gewoon je ogen niet. Om van de nacht maar niet te spreken wanneer de prostituees hun domein uitbreiden. Smeulende vuren, walmen rook drijven over. De hete middagzon brandt onbarmhartig op dit trieste stukje grond. Al ruim 160 jaar. Omgevallen enorme tombes en monumenten die normaal gesproken nog 500 jaar hadden kunnen bestaan, liggen als kegels omver gegooid. Granieten en marmeren grafzuilen liggen versplinterd her en der verspreid, de teksten uit elkaar getrokken en nauwelijks leesbaar.

Ohannes Kurkdjian

Hiernaast het vernielde graf van de bekende Armeense fotograaf Kurkdjian, hofphotograaf van H.M. Koningin Wilhelmina volgens zijn tekst.  Zijn nalatenschap bestaat uit foto’s van ontelbaren die in zijn studio’s hebben geposeerd en uit prachtige foto’s van een wereld die niet meer bestaat. Zijn grafzuil met tekst ligt nu verbrijzeld op zijn gesloten graf. Daarvoor moet werkelijk zóveel bruut geweld zijn gebruikt, het kan gewoon niet anders. Wie doet zoiets? De prachtige buste die er ooit op stond, is allang verdwenen.  

Ik heb de grootste moeite om de beide gespleten helften weer  tegen elkaar te plaatsen om de tekst weer te kunnen lezen. Onderaan een Armeense tekst.

Het graf ligt vrijwel naast dat van de Gouverneur-Generaal Merkus.

Hier rust  
Ohannes Kurkdjian
 
 in leven
 
hofphotograaf van H.M. Koning
in  
Wilhelmina der Nederlanden
 
geboren te Erzeroum in AD 1851
 
overleden te Soerabaia den 10en juni 1903

 

Vader en zoon Neubronner van der Tuuk

De taalwetenschapper en Indoloog Herman Neubronner Van der Tuuk ligt hier, overleden te Bali in 1894. Een groot taalvorser, o.a. van de Bataktalen. In 1853 was hij de eerste Europeaan die het Tobameer aanschouwde. Hij rust hier samen met zijn vader S. van der Tuuk die hier president was van de Raad van Justitie. Nou ja, rusten? Het geblakerde graf ligt te wachten op de volgende grafrover.

Ter
 nagedachtenis
 van
 Mr. S. van der Tuuk
 oud president van den raad
Van justitie te Soerabaya
 overleden den 15 juny
 1858
in den ouderdom
 van 77  jaren


Hier ligt  
Dr. Herman Neubronner
 
Van der Tuuk  
Taalgeleerde  
geboren te Malacca
24 October 1824  
overleden te Soerabaya  
 
17 augustus 1894
    
   
  boven: Graftekst vader Tuuk     boven: graftekst zoon Tuuk    

 

   


De Clerq Zubli
 
Hiernaast het graf van I. De Clerq Zubli, een boom doorklieft het graf, opengehakt op jacht naar waardevols, geheel onherkenbaar weggemaaid aan de rand van Peneleh, evenals dat van tientallen, nee honderden anderen. Meer namen: Stokhuyzen,    Schimmelpenning van der Oije, Knaud, Weigel, Canter Visscher, Tielman, Wardenaar, het gaat maar door. De vele grote openingen in de graven bieden een sinister beeld in de donkere opengebroken gewelven, door grafrovers geschonden. Kinderen vertellen me doodleuk over de armbanden en kostbaarheden die ze er vinden Waarna er afval in kan worden gekieperd. Ik ben verbijsterd, maar begrijp het anderszins ook wel. Wat moet je anders hier, in deze puinzooi?

Ik trakteer ze maar op de ene na de andere sigaret; je weet maar nooit. Gelukkig betreft het hier niet mijn eigen voorouders’ graven, ik zou ze er eigenhandig achteraan hebben gekieperd. Een geïmproviseerd voetbalveld ligt over de platgewalste graven. Een zwerver ‘geniet’ in zijn kuil tussen de graven. Een onbeschrijflijke rotzooi van verzamelde kleding om hem heen. Een psychiatrisch geval naar Nederlandse maatstaven. Maar ja, dit is Indonesië.
De lanen (als die er nog zijn) bezaaid met brokstukken, muren, beelden, daken van vele honderden kilo’s, het lijkt wel een mix van Beiroet, Serajewo, Stalingrad waar zojuist een veldslag heeft gewoed. Het is echt niet om aan te zien.

Regeringscommissaris P.J.B. De Perez (1804-1859)

   Toen het KNIL in 1859 voor een expeditie naar Boni werd gestuurd werden de militairen vergezeld door de civiele regeringscommissaris P.J.B. de Perez. Op 12 februari werd de oorlog verklaard en landden de Nederlandse troepen op Boni, waarbij de kampongs Lonrai, Bola-Teloe-Telang en Badjoa werden veroverd. Op 18 februari werd de hoofdplaats aangevallen en wegens de ontoegankelijkheid van het terrein afgebroken, maar  op 28 februari werd de verlaten hoofdplaats veroverd. Die eerste Bonische expeditie werd na een tijd vooral geteisterd door ziektes; op 6 maart 161 zieken en een week later al 210. Men overwoog eind maart zelfs om de expeditie af te blazen vanwegere al die ziekten, waaronder cholera.  Ook de regeringscommissaris de Perez werd geveld en overleed aan een beroerte op 17 maart op de reede van Badjoa. Hij werd later naar de meest nabije grote plaats gebracht en dat was toevallig Soerabaia.

En hier ligt hij nu al 150 jaar in een  pompeus opvallend graf, vlak bij de ingang van Peneleh. Onvoorstelbaar. De verre echo's van die Boni expeditie zijn hier nog tastbaar alsof het gisteren is gebeurd. De tekst op zijn onverwoestbare  metalen grafplaat laat zien dat hij geen kleine jongen was.

 
 

 


 

Kruisen
Er valt wel iets op, als je zo enkele uren ronddwaalt op Peneleh. Dat zijn die kruisen die
her en der ongeschonden en fier overeind staan. Verbeelding? Om die kruisen heen een onvoorstelbare vernieling, maar die kruisen …ze lijken als enige overeind te staan in een dorre woestijn van  verwoesting. Worden ze onbewust ongemoeid gelaten?

    

Na dit 5e en waarschijnlijk laatste bezoek aan Peneleh kan ik slechts tot één sombere conclusie komen: dit moet echt geruimd worden. Dit is een schande voor Nederland en alles waar dit land voor staat. En voor haar hoogste dienaars die hier rusten en die ooit de kroon dienden. Hier liggen nog VOC-ers. Een beetje zelfrespect voor ons verleden. Hier past geen onverschilligheid meer in de hoop dat anderen betalen, die typische besluitloze krenterigheid. Dit zijn wij. Dit kun je de nabestaanden en de nagedachtenis van de begravenen niet aandoen. Maar alweer: Wie doet wat?

Hieronder een kleine fotografische indruk van hedendaags stoffig en heet Peneleh. Inmiddels 165 jaar oud. Het had eigenlijk niet meer mogen bestaan. Maar het is er nog! Samengedrukt en schijnbaar vergeten in de drukke moderne metropool Surabaya, in een bocht van de Kali Mas.

Peneleh, Surabaya, Donderdag 13 augustus 2009.

   
       
      
   
  Knaud-familiegraf,
volledig vernield
   
  Toen en nu: Almerood